Regionale perfusie
Chemosaturatie en geïsoleerde leverperfusie
Bij regionale perfusie wordt een orgaan tijdelijk van de systemische circulatie afgesloten, zodat er een geneesmiddeldosis in kan die iemand als infuus nooit zou verdragen. Bij de percutane variant gebeurt dat met een dubbele-ballonkatheter in de vena cava die de leveraders afsluit, waarna het levervenebloed extracorporeel door een filter gaat en pas daarna terugkeert. Dat filter is het hele idee: het vangt het grootste deel van het cytostaticum weg voordat het de rest van het lichaam bereikt. De behandeling verschilt daarmee wezenlijk van embolisatie, waar het doel het afsluiten van de bloedtoevoer is, en van radio-embolisatie, waar de straling en niet het middel het werk doet.
Wat het doet
- Volledigheid van de isolatie bepaalt alles. Lekkage langs de ballonnen betekent systemische blootstelling aan een dosis die daar niet voor bedoeld is.
- De tumorlast is de sterkste voorspeller van resultaat: bij lage last was de respons 51,1% tegen 22,2% bij hoge last, en de overleving 26,7 tegen 15,4 maanden.
- Herhaalbaarheid onderscheidt de percutane van de chirurgische route. Percutaan zijn meerdere cycli mogelijk met een interval van 5 tot 8 weken; chirurgisch is het doorgaans eenmalig.
- De behandeling vraagt algehele anesthesie, extracorporele circulatie en volledige antistolling , en daarna ten minste 72 uur klinische bewaking.