Beeldgeleide diagnostiek
Percutane naaldbiopsie voor diagnose en moleculair profiel
Vrijwel elke behandeling op deze site begint met weefsel dat onder echo- of CT-geleiding met een naald is gehaald. De eisen aan dat weefsel zijn de afgelopen tien jaar verschoven van de histologische vraag naar de moleculaire, en dat verandert de techniek: niet meer één core die de diagnose stelt, maar genoeg materiaal met genoeg tumorcellen erin om een sequencingpanel of een whole genome-analyse te laten slagen. Diagnostische adequaatheid en moleculaire adequaatheid zijn twee verschillende eindpunten, en het tweede ligt consequent lager.
Wat het doet
- De tumorfractie telt zwaarder dan de hoeveelheid weefsel. Tweederde van de sequencingmislukkingen komt door onvoldoende DNA en niet door onvoldoende materiaal, en de Nederlandse whole genome-route vraagt ten minste 20% tumorcellen.
- Het aantal cores volgt de naalddikte : met 20 gauge zijn tien passages nodig voor goede moleculaire adequaatheid, met 16 gauge in ex-vivo werk één.
- De coaxiale sheath ontkoppelt het aantal cores van het aantal puncties. Extra cores kosten geen extra complicaties, extra puncties wel.
- Standaardisatie levert meer op dan techniekkeuze: een vast protocol bracht de moleculaire adequaatheid van 82,6% naar 91,2% zonder extra risico.