Thermale ablatie
Radiofrequente ablatie, microwave-ablatie en cryoablatie
Bij thermale ablatie wordt een naaldvormige applicator onder beeldgeleiding in de tumor geplaatst en wordt het weefsel lokaal vernietigd door verhitting (radiofrequentie, microwave) of bevriezing (cryoablatie). Het doel is een volledige ablatiezone die de tumor plus een marge omvat. Bij goed geselecteerde kleine tumoren is de uitkomst in meerdere organen vergelijkbaar met chirurgische resectie, met minder morbiditeit en een kortere opname. Ablatie is herhaalbaar, wat bij oligometastatische ziekte een wezenlijk voordeel is.
Wat het doet
- De ablatiemarge is de belangrijkste voorspeller van lokale controle. Bij lever wordt 5 tot 10 mm nagestreefd; kwantitatieve margebeoordeling op CT is gevoeliger dan visuele beoordeling.
- Grootte bepaalt de kans op succes. Tot ongeveer 3 cm is de evidentie het sterkst; daarboven neemt lokaal recidief toe en verschuift de voorkeur naar resectie of een andere techniek.
- Ligging is even belangrijk als grootte. Nabij grote vaten treedt het heat-sink-effect op, nabij galwegen en zenuwen is thermische schade het risico, en in dragend bot moet consolidatie volgen.
- Techniekkeuze : microwave verwarmt sneller en is minder gevoelig voor het heat-sink-effect en geschikter voor sclerotisch bot; cryoablatie geeft zichtbare ijsvorming en beter pijnbeheer tijdens de procedure; RFA heeft de langste staat van dienst.